/Portals/0/PageIcons/Franchise03.jpg

Europese Verordening Nr. 330/2010: het wettelijke kader voor franchise en het mededingingsrecht in de EU.

Binnen de EU geven de EG-groepsvrijstellingsverordeningen aan onder welke voorwaarden samenwerkingsverbanden toegestaan zijn. Het EG recht kent thans een groepsvrijstelling voor o.a. exclusieve distributie- en afnameovereenkomsten en franchiseovereenkomsten.

De groepsvrijstelling voor verticale overeenkomsten (Verordening EU 330/2010) is onder meer van toepassing op de franchiseovereenkomst en de franchise samenwerking. De Richtsnoeren inzake verticale beperkingen werken de voornoemde EU Verordeming nader uit. Deze groepsvrijstelling is  per 1 juni 2010 in werking getreden.  Hierin  zijn regels opgenomen op grond waarvan franchiseovereenkomsten automatisch zijn vrijgesteld van het kartelverbod, mits de overeenkomsten dus voldoen aan de voorwaarden van de groepsvrijstelling. Het gaat daarbij om onderwerpen als het vaststellen van maximumprijzen, non-concurrentiebedingen, afnameverplichtingen e.d.
De EU Groepsvrijstellingen gelden voor de EU lidstaten, waaronder Nederland. Dit wordt aangegeven in de artikelen 12 en 13 van de Mededingingswet. Indien voldaan wordt aan de bepalingen van de Europese groepsvrijstelling voor verticale overeenkomsten, wordt een franchiseovereenkomst geacht niet in strijd te zijn met het Nederlandse mededingingsrecht.


Link: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2010:102:0001:0007:NL:PDF
Download: SCAN1